Stichting AidsCare
Dagboek Huub Beckers
De onderstaande nummers verwijzen naar de verschillende pagina's van het dagboek dat Huub in juli en augustus in Thailand maakte
- u bent hier - | - 2 - | - 3 - | - 4 - | - 5 - | - 6 - | - 7 - | - 8 - | - 9 - | - 10 -
Thailand, 6 juli - 1 september 2005.
Met de tekst en foto,s die hier volgen, wil ik een indruk geven van de tijd die ik hier doorbreng en het werken in het aidshospice Wat Phrabat Namphu…
Bangkok woensdag 6 juli
Vanmiddag om twee uur aangekomen op de luchthaven van Bangkok vanuit Brussel, via Zurich, waar ik gisteren om tien over half acht ben vertrokken, gebracht en uitgezwaaid door Jeanny.

Huub Beckers met Odd
In de aankomsthal opgewacht door Kimlai en Sutree van het aids centrum in Thatako. Heerlijk dit weerzien! Ik begrijp van Sutree dat Kimlai om twee uur vannacht is opgestaan om met de nachtbus naar Bangkok te komen daar de ochtendbus was volgeboekt…
Daarom meteen door naar Thatako wat nog zeker zo'n drie uur rijden is. Mijn vermoeidheid valt mee omdat ik wat heb kunnen slapen in het vliegtuig. Ook het weerzien in Thatako is hartverwarmend, al maak de afwezigheid van de op vijf mei overleden Surawad dit weerzien incompleet.
Het aantal patiënten is op dit moment 16, waaronder een kind, (Odd, jongen van vijf jaar oud, en zwaar spastisch)waarvan op dit moment geen van de patiënten in terminale fase is.
Thatako, donderdag 7 juli
Vandaag is Sutree jarig, hij is 36 jaar geworden. Ik geef hem het cadeautje dat Jan Straatman mij voor hem uit Nederland heeft meegegeven. Sutree is vluchteling uit Myanmar (Birma), heeft daarom geen recht op de aids medicatie, zijn medicatie wordt vanuit Nederland door donateurs bijeen gebracht. (kosten rond 800 euro per jaar) voor de goedkopere combinatie bleek hij allergisch. In december wordt het twee jaar dat hij ermee bezig is.

Sutree
Het gaat heel goed met hem… Zijn CD4 cellen stijgen nog steeds… voordat hij hier kwam, en vóór hij aan de medicatie begon was dat percentage slechts 35, leed aan TBC zoals velen hier, die geïnfecteerd zijn met het H.I.V virus. Dank aan de mensen die hem ook dit jaar weer aan de onherroepelijk nodige medicatie hebben geholpen…
Thatako,vrijdag 8 juli
Het is hier zo vredig… zo rustig… Deze twee dagen in Thatako gebruik ik ook om bij te komen van de hectische tijd vóór mijn vertrek in Nederland. Door de hitte hier is het geen luxe om ‘s middags een uurtje te slapen… Een zwerfhond heeft zich spontaan aangeboden mijn bewaker te zijn. ‘s nachts ligt hij voor mijn huisje, ‘s morgens meldt hij zich al vroeg, door tegen de deur te springen en te krabben. Als ik dan naar het hospice loop, loopt hij met me mee en wijkt niet van mijn zijde…

Thatako, grazige weide in regentijd…
Thatako - Lopburi, zaterdag 9 juli
Als ik me na het opstaan wil gaan wassen zie ik boven de deurpost van de wasruimte in het huisje waar ik verblijf een brede scheur in de muur, de deurpost wijkt wel vier centimeter van de muur, het lijkt wel of er een aardbeving is geweest. Sutree weet me te vertellen dat het door een verzakking vanwege de droogte komt…
Mr. Samrid Komkhum (hem ken ik al vanaf de eerste keer dat ik hier kwam in 1999), komt me om negen uur halen, om me mee terug naar lopburi te nemen. Onderweg geniet ik ondermeer van de prachtig bloeiende bomen.
Omdat er geen huis voor me beschikbaar is deze keer, zal ik in hotel City-Plaza logeren; een eenvoudig hotel zo'n zeven kilometer van het tempelcomplex Wat Phrabat Namphu, waarin het hospice ligt, de afstand die zal overbruggen met mijn brommertje dat ik ga ophalen bij Father Michel (Amerikaans katholiek priester) waar ik hem mocht stallen in de tijd dat ik in Nederland was. Ook nog even de stad in om mijn e-mails in een internetshop te zien. Het beantwoorden van mijn e-mails wil niet lukken… Sorry, mensen in Nederland!
Lopburi, zondag 10 juli
Elke keer weer die schroom om te beginnen, elke keer weer die hele hoge drempel over moeten, om het begin te kunnen maken, ook al wil ik zo graag. Maar als ik dan zo'n uur bezig ben is het net of het geen vijf maanden geleden is dat ik hier was, Inmiddels voor de negende keer sinds 1999 denk ik!?…
Wat een verrassing als ik het hospice binnen kom, om zeker vier patiënten van vorige keer weer terug te zien, ze herkennen me en ik word enthousiast begroet. Van Ampan had ik het min of meer verwacht, zij “overleeft“ al bijna twee jaar…
Als ik boven op de vierde verdieping van Matatam kom, (gebouw waar de wat minder zieke mensen liggen) tref ik tot mijn verbazing het bed aan met een slapende Thon. Met hem ging het vorig jaar zó goed dat hij weer terug naar Bangkok kon gaan en zelfs weer aan het werk was. Nu ligt hij hier weer in bed. Wat me opvalt, is, dat zeker tweederde van de patiënten vrouwen zijn… Ik tel twintig vrouwen en meisjes van de drieëndertig bedden in Walailak (hospice gedeelte, apart gebouw), dat geeft te denken…
De voorlichtingscampagnes hebben denkelijk hun echtgenoot/vriend nog steeds niet bereikt…
Ik mis bij mijn begroetingsrondgang onder andere Winay. als ik later bij Pa-kai iets zit te drinken komt een stralende Winay, groetend op me toelopen…
Een van de eerste patiënten waar ik een wat uitgebreider contact mee maak, is Nok, (betekent vogel); ze is erg zwak en volledig uitgeteerd. Ze doet me sterk denken aan Ta-wi-wan, een patiënte van een paar jaar geleden, precies haar uiterlijk, ze vraagt de verdere dag telkens weer mijn aandacht…
Wassana (Ma-mia) heeft haar woonruimte op het terrein, waar ze de vorige keer verbleef, moeten ruilen voor een bed in het hospice. Toch ziet ze er goed uit, ze heeft een prachtige bos krullend haar, iets wat so wie so niet veel voorkomt en hier zijn de meeste vrouwen ook kaal geschoren… Ma-mia kan niet praten, wat daar de reden van is, weet ik niet. Omdat ze ook spastisch loopt en beweegt, vermoed ik een CVA. Ze lacht aldoor en vindt het prachtig dat ze mij kent, (en ik haar) en laat dit blijken aan de vijf andere jonge meiden van de ruimte waar ze ligt.